Elke dag leer je op en langs de Mexicaanse straten nieuwe mensen kennen. Veel contacten zijn vluchtig, maar bij sommige gezichten krijg je toch een (snelle) blik op de mensen die erachter zitten. Van díe mensen probeer ik hier een beeld te schetsen.
Op vlucht UA951 beland ik tussen twee goedlachse Limburgers, organisatie-ontwikkelaars op weg naar een congres in Washington zo blijkt. Organisatie-ontwikkeling blijkt er vooral in te bestaan mensen te helpen bij het ontdekken van hun eigen talenten. Zo gaan ze niet alleen beter functioneren in hun organisatie, ze worden er ook gelukkiger van! Fantastische job. En ze zijn er goed in. Ik geraak met Philippe aan de praat over koetjes en kalfjes en ontwikkelingswerk – hij blijkt pas nog in Zambia te zijn geweest om daar zijn beroeps- en andere vaardigheden in te zetten als vrijwilliger. Hij is op zijn beurt heel erg geïnteresseerd in het avontuur waarvan ik net de eerste stappen heb gezet.
Na de meer dan acht uur durende vlucht naar Washington ziet hij dwars door me heen. OK, het is zijn job, maar toch
“Ik ga je via de site op de voet volgen”, zegt hij,”maar eigenlijk ben ik nu al zeker dat het geweldig wordt. Veel mensen willen de wereld verbeteren, maar jij gaat het dóen.” Dát zijn de mensen die je wil tegenkomen als je net al je hebben en houden hebt achtergelaten om een enorme stap in het donker te zetten
“Buena notte”, klinkt het nogal verdwaasd vanuit het schemerduister, als Sor Beatriz de deur opent van de kamer waar ik mijn eerste nachten in Mexico zal spenderen. De hand die me toegestoken wordt, blijkt die van Davide, een 27-jarige Italiaan die samen met zijn reisgezellin Stefania voor anderhalve maand door Mexico trekt. s´Anderdaags aan het ontbijt hebben we nog geen 3 woorden gewisseld – en daarbij al Spaans, Italiaans én Engels gebruikt – of ze hebben me al uitgenodigd om samen Teotihuacan te bezoeken. Zo gezegd, zo gedaan. Ze hebben gevoel voor humor – in een mum van tijd hebben we onze eigen inside jokes, dat zegt al iets -, het zijn open en oprechte mensen én het zijn Italianen. Squisito per Garibaldi
We lachen ons kapot samen, niet zelden omdat we mekaar compleet verkeerd begrijpen.
Het is pas in Tuxtla, mijlenver verwijderd van het Mexico City dat ze samen bezochten, dat ik me realiseer hoe fijn het is om samen te kunnen lachen als één van ons z´n mond verbrand aan de veel te pikante groenten, om te kunnen praten over plekken in Europa die je alledrie hebt gezien (ze wonen vlakbij Falcade, waar ik jarenlang ben gaan skiëen), om samen perplex te staan bij de gigantische aandacht die je krijgt van de Mexicaanse kinderen… Voor de Mexicaanse zusters is Europa grotendeels onbekend en hier niets nog een verassing. Je staat er versteld van wat een band kan groeien in drie luttele dagen… . Ik mis ze, de “bonititos italianos”.
Ik durf er tamelijk veel pesos om te verwedden dat jij nog nooit iemand Mexicaans Spaans hebt horen spreken met een zware Duitse tongval. Het resultaat is ongelooflijk grappig en op zich al een memorabel wapenfeit, maar hier hangt er nog een opmerkelijke persoon aan vast ook. Uthe, 60 lentes jong en Duitse, komt hier al acht jaar lang elk jaar opnieuw enkele weken werken. Ze laat het beminnelijke Freiburg en haar (ongetwijfeld even beminnelijke) echtgenoot telkens opnieuw achter zich om hier de zomer van de kinderen weer net iets beter, toffer, vollediger te maken. Vollediger, omdat ze de moederfiguur is die de zusters willens nillens nooit zullen zijn. Ze lacht haar smakelijke, volle, o zo Duitse lach telkens een van de niños met het een ander dwaas verhaal komt aanzetten; ze neemt de kleinsten in haar armen alsof het haar eigen kinderen zijn. Maar amper een week na mijn aankomst vertrekt ze, terug naar het land van Bismarck en Barbarossa. Ze is cynisch, schrikwekkend cynisch voor iemand met acht jaar ervaring op het terrein. Cynisch over de aanpak van de zusters, de kansen die de kinderen krijgen, en wat het uiteindelijk allemaal uithaalt. Ze kan geen afscheid nemen van de kinderen, maar volgend jaar is het definitief haar laatste keer, zegt ze.
Uthe is voor mij een geschenk uit de hemel geweest. Tijdens de week die we samen hadden, hebben we (in het Engels) tientallen waardevolle gesprekken gehad: van de opgang van de neonazi’s in Duitsland en de werking van de lokale wasmachine hier, over wat écht de moeite is in de omgeving van Tuxtla en wat niet, tot de relaties tussen de zusters onderling – ze is er steevast van overtuigd dat één van hen lesbisch is
– en de belangrijkste karaktertrekken van elk van hen. Zij is het die me verteld heeft dat de zusters zullen proberen elke minuut van mijn dag in te palmen, dat ik zelf de lijn moet kunnen en durven trekken; dat ik best wel alleen de stad in kan en welke bussen ik daarvoor moet nemen; dat de kinderen in de Albergo die mij bij de eerste kennismaking vragen wanneer ik terug vertrek, niet onbeleefd zijn maar enkel bang om te verliezen wat ze waardevol vinden. We hebben samen nogal wat afgelachen om alle (voor Europeanen) nieuwe, vreemde gewoontes hier. Maar lachen doe je samen, en met Uthe is de voorlopig laatste meer-dan-spaanstalige in mijn omgeving vertrokken… . Dat het voor mij nog zwaar kan worden, hoefde zij me niet te vertellen.
Jose Armando Garcia Marquez, kortweg Armando, heeft op korte tijd mijn hart helemaal veroverd. Hij is acht jaar oud en woont nog maar sinds enkele maanden in de Albergo, “om bij te leren”, zegt hij,”want dat ging thuis niet zo goed”. Met “thuis” bedoelt hij zijn alleenstaande mama, die het financieel te krap had om Armando bij zich te kunnen houden en nu in een dorpje ergens in de Sierra Madre alleen de eindjes aan elkaar probeert te knopen. Armando was enkele jaren geleden in dat dorpje op straat aan het spelen toen een vrachtwagen, met het gebruikelijke gebrek aan aandacht voor kinderen, vergat te vertragen en het groepje jongens uit elkaar ranselde. Zijn vrienden kwamen er met de schrik en een paar blauwe plekken vanaf, maar Armando’s rechterarm was verpletterd. Tot enkele maanden geleden kon hij die arm niet gebruiken. In Tuxtla aangekomen, begon hij echter met fysische therapie en ondertussen kan hij redelijk uit de voeten met zijn zwakke arm – en dat moet wel, want halfweg oktober brak hij bij een verkeerde landing van de glijbaan zijn linkerarm… . Tegenwoordig ga ik bijna elke dag met hem naar de therapie. En dat vindt hij geweldig!
Het hoeft dus weinig verbazing te wekken dat Armando naast een innemende en intelligente jongen, ook heel erg moedig is. Zijn volgehouden goed humeur laat niemand hier onberoerd. Het is prachtig om te zien hoe zijn ogen gaan blinken als ik een koekje voor onderweg uit mijn zakken tover. Naast de niet onaardige verpleegstertjes ter plekke, is zijn opgewekte verschijning dé motivatie om elke dag weer in de blakerende zon naar het Centro de Desarollo te wandelen
De zusters van de Albergo leer ik gaandeweg steeds beter kennen. Met de ene klikt het al wat beter dan met de andere, en allemaal hebben ze wel hun speciale trekjes die hun gedrag net dat tikkeltje meer verklaarbaar maken. Opdat je de verslagen op de startpagina helemaal zou begrijpen, ben ik je dus een woordje uitleg verschuldigd over deze aardse wezens die zich verdiepen in de hogere sferen: van links naar rechts.
UPDATE ::: Twee maanden na de eerste evaluatie van mijn celibataire harem, heb ik mijn indrukken van toen eens herbekeken. Wegens kwantitatieve beperkingen van de steekproef verandert er niks aan de samenstelling van de top-10, maar in de volgorde zijn er enkele opmerkelijke verschuivingen! In welke richting, dat merk je aan de emoticon naast ieders naam. In het algemeen kan je wel stellen dat de boel er een stuk rooskleuriger uitziet dan voordien… .
Sancho Panza, de ietwat onnozele knecht van Don Quichote – de windmolenvechter uit het legendarische werk van Miguel Cervantes. Die figuur doemde op onverklaarbare wijze op in mijn achterhoofd toen ik Sor Margarita leerde kennen. Ze kan hooguit 35 zijn, maar lijkt gebukt te gaan onder alle ellende van de wereld – de voeten altijd voortslepend over de vloer, de rug nooit helemaal recht. Net als haar Cervantes’ tragikomische duo ziet ze overal karweien die er niet zijn. Zo organizeert zij het ‘officio’, de klusjes van de kinderen, die soms meer bezigheidstherapie lijken dan wel nuttige werkzaamheden. Haar begeleidingsstijl brengt haar regelmatig in botsing met de kinderen – zo was zij verantwoordelijk voor Kevin (en faalde dus). Ik heb al gemerkt dat haar pogingen om zich door de overdreven werklust in de gunst te werken van Sor Rosita, ook door de andere zusters soms ietwat meewarig bekeken worden. Dat lijkt háár echter niet te deren, of ze merkt het niet natuurlijk. En de boer, die ploegde voort… .
Als officieuze verantwoordelijke voor al wat de kinderen betreft, heb ik met Sor Margarita erg veel contact. “Take care, she will organize you too”, zei Uthe wel eens, en dat heb ik ondertussen gemerkt: als je je eigen vrije tijd niet invult, doet Sor Margarita dat wel! Het moet gezegd dat ze ALTIJD vriendelijk is, dat wel, maar ze zou je met de glimlach van vijf uur s’morgens tot elf uur s’avonds onder het juk zetten.
UPDATE ::: Zonder twijfel de stijger van de maand. Waar ik in mijn eerste stukje over haar slechts een halve regel wijdde aan haar glimlach en de rest aan haar naarstig gesleffer, zou dat nu omgekeerd moeten. Ja, Sor Margarita vertoont nog steeds ernstig workaholisme, maar ik begin meer en meer in te zien hoe noodzakelijk zo´n type hier is. Iemand moet de boel op een rijtje zetten. En nadat het de eerste maanden toch even zoeken was in onze verhouding, vlot dat nu een pak beter. Zij weet dat ik m’n eigen lijnen heb uitgezet, en binnen die lijnen doe ik voor haar wat ik kan – wat dan weer heel erg geapprecieerd wordt. Sor Margarita staat nog steeds onveranderlijk met haar twee benen in de dagdagelijkse realiteit – bezig blijven zonder al te veel vooruit te kijken. Maar haar eenvoudige, vriendelijke woorden zijn áltijd oprecht.
Al is het uit de foto niet onmiddellijk af te leiden, enkele kilootjes lichter zou Sor Rosalba het perfecte Mexicaanse evenbeeld zijn van Scarlett Johanssen – de actrice uit o.a. The Horsewhisperer, Lost in Translation en The Island. Sor Rosalba begeleidt de oudste groep jongens in de Albergo, en dat is geen toeval. Ze is psychologe van opleiding, en beschikt over een pak emotionele intelligentie om de puberale hersenkronkels te doorgronden. En dat is nodig, want onder ‘los grandes’ bevinden zich enkele geduchte heethoofden, gauwdieven en vechtjassen. Geweldige jongens, maar niet altijd even makkelijk! Ze behandelt hen kordaat als het moet, maar kan ook verbaasd staan over hun kunsten, interesse tonen in hun werkjes, en lachen met hun grappen. Als je wil dat de jongens écht inzitten over jouw boze blik, dan moet ook je glimlach voor hen iets waard zijn. Als moni weet ik maar al te goed hoe belangrijk dat is… .
Sor Rosalba bezit vele kwaliteiten. Ze is bij de intelligentste zusters, spreekt vlot Italiaans en een heel klein beetje Engels. Ze volgt ook min of meer (alles is relatief) de actualiteit, en is alvast voorstander van mijn voorstel om een krant in huis te halen. Daarnaast is ze ook nog eens kapster van het huis, en in die gedaante zette ze ook de schaar in míjn blonde lokken – weliswaar zonder fantastisch resultaat, maar dat kan ook aan mijn lokken liggen… .
UPDATE ::: Sor Rosalba heeft twee hele zware maanden achter de rug, wat misschien verklaart waarom ik niet zo enthousiast over haar kan schrijven als voordien. Ze heeft een ernstige longontsteking opgedaan, die door de aanhoudende stress maar niet wil overgaan. Stress omwille van de moeilijke relatie met ‘haar’ oudsten. Claudio vertrok; Paco stal en schopte als nooit tevoren; Felix deed een poging weg te lopen, maar bedacht zich; Jorge deed vorige week hetzelfde, maar kwam níet meer terug. Op de duur wordt het zelfs voor de meest evenwichtige psychologe teveel. Ze blijft het allemaal echter vanuit een bewonderenswaardig ruim perspectief bekijken. Haar expliciete aandacht voor de langetermijn-resultaten van de opvoeding in de Albergo, stelt haar soms lijnrecht tegenover Sor Margarita – die zet liever de eerstvolgende serie klusjes op papier.
Ik kan geen hoogte krijgen van de overste in de Albergo. Sor Rosita spreekt zelden, en als ze het doet is het met een afgemeten vriendelijkheid. De permanente frons in haar wenkbrauwen en lichtjes opgetrokken bovenlip houden het midden tussen meewarigheid en desinteresse. Ze moet zo ongeveer de meest stoïcijnse figuur zijn die ik ooit heb ontmoet. Toegegeven, ik wordt zelf ook niet gehinderd door een teveel aan zenuwen en dat komt in de context van de Albergo best van pas, maar Sor Rosita gaat er toch wel over. Ze blijft dan ook ijzig kalm bij eender wat er zich aandient – ik zie haar bij een aardbeving van 7 op de schaal van Richter nóg met de nodige nonchalance vragen om een tweede klontje suiker in de koffie.
Mijn relatie met Sor Rosita verliep tot nog toe over geaccidenteerd terrein. Ondanks haar leidende functie heeft ze mij hier niet welkom geheten, voorgesteld of rondgeleid – wat in het begin voor de nodige misverstanden zorgde. Bovendien spreekt ze me enkel en alleen aan als ze ergens een ernstig probleem mee heeft, wat het contact niet echt versoepelt. Soit, behalve in het weinig waarschijnlijke geval van een georganiseerde coup zal Sor Rosita hier nog wel eventjes de lakens uitdelen, dus moeten we het nog een tijdje samen rooien!
UPDATE ::: Ondanks het feit dat ze al de rode lantaarn meezeulde, presteert de directrice het om tóch nog daler van de maand te zijn in mijn ranking. Dat is meteen haar enige vermeldenswaardige prestatie, want over haar verdienste voor de Albergo breek ik me nog steeds het hoofd. Ze spreekt me nooit aan, zegt zelfs zelden goeiedag. Ik had het hierboven over stoïcijnse kalmte, maar eigenlijk is haar houding beter te omschrijven me adjectieven als ‘arrogant’ en zelfs ‘zielig’. Als iemand een halfjaar lang voor niks in jouw huis zichzelf uit de naad komt werken, dan kan het eigenlijk niet dat je die, als verantwoordelijke, op zo’n manier behandelt. Ik hoef helemaal niet op beide knieën bedankt te worden, maar een vriendelijk woord af en toe mag toch wel, niet? Het is doodzonde dat ik net met háár moet samenwerken voor de cruciale besteding van mijn sponsorbudget.
Als een van de twee oudere zusters in de Albergo, is Sor Ana Maria Carmen gezegend met de nodige levenservaring. Ze is op Sor Rosita na het langst in de Albergue en weet veel over het reilen en zeilen binnen de muren. Niettegenstaande het feit dat ze veel te zeggen heeft, laat ze het gesprek aan tafel echter meestal over aan de andere zusters. Sor Carmen heeft veel van kennis opgescharreld op de plek waar, naast tomatensap en eierdooiers, menige levenswijsheid over de tafel vloeit: de keuken. Als chef-kok van de Albergo doet ze dagelijks succesvolle pogingen om met beperkte middelen gastronomische wonderen te verrichten. Daarnaast is ze ook nog eens verantwoordelijk voor de kinderen van het 1° leerjaar.
Wat ik aan Sor Carmen heel erg apprecieer, is dat ze erg veel moeite doet om me vanalles en nog wat bij te brengen over de gang van zaken in de Albergo én ook om bij te leren van mij. Want haar kennis over de geplogendheden van de buitenwereld is ontstellend laag. Zo vroeg ze me de avond voor ik uit zou gaan in de Tuxtalteekse discotheken, wanneer ik dan dacht thuis te komen: “Zo rond negen uur, tien uur s’avonds?”. En vorige week veraste ze ook met de vooronderstelling dat Europeanen zich niet wassen, enkel perfumeren. Ik heb haar bevestigd dat dat in de 17e eeuw aan het hof van Lodewijk XIV in Frankrijk inderdaad het geval was.
UPDATE ::: Sor Carmen is al ruim twee maanden het huis uit om uniformpjes te gaan naaien in Copainhala, dus over haar weinig nieuws… .
Twee koppen kleiner dan mij, maar zeker ook twee keer zo breed. De gedrongen figuur van Sor Luz verraadt een onmiskenbare indiaanse afstamming, net zoals haar dialect – het is soms erg moeilijk om iets op te maken uit haar spraakwaterval. Als penningmeesteres van de Albergo heeft Sor Luz geen eigen groep kinderen; ze houdt zich uitsluitend bezig met het materiaal en de fondsen om dat aan te schaffen. Geen eenvoudige taak in een tehuis voor 59 niet-betalende kinderen, en de logistieke manager steek dan ook tot over haar oren in de schulden bij meer dan één Tuxtalteekse bank. Sor Luz benijdt Sor Rosita ontegensprekelijk hard, en dat wel omwille van twee redenen. 1: het is duidelijk dat ze zelf maar al te graag overste zou worden (en in de rangorde vertrekt ze met lichte voorsprong op haar rivale Sor Margarita). 2: ze is lesbisch, althans volgens Uthe, en zou Sor Rosita wel zien zitten.
Persoonlijk ligt Sor Luz mij het minst. Ze lacht te hard, en op de verkeerde momenten. Ze kan bovendien ongelooflijk bot zijn tegen de muchacha’s, de lekenhelpsters hier. Én het is duidelijk dat ze het verst van de kinderen staat, en ook weinig moeite doet om daar iets aan te veranderen. Zo verkiest ze s’middags de eetzaal van de zusters, terwijl alle anderen bij de kinderen eten. Maar al bij al is mijn contact met Sor Luz hele beperkt, dus veel last heb ik er niet van… .
UPDATE ::: De afgelopen maanden heb ik veel meer contact gehad met Sor Luz dan in het begin. Daardoor heb ik ook een pak meer begrip gekregen voor de hachelijke situatie van een penningmeesteres in een straatarm weeshuis. Ze verdrinkt in het werk, waardoor ze logischerwijs minder tijd heeft voor de kinderen. Maar ook zij heeft haar momenten wel, ogenblikken van knuffels en liefdevolle blikken. Hoe dan ook blijft mijn relatie met haar oppervlakkig – ze praat zelden over iets wat niet rechtstreeks met het werk in de Albergo te maken heeft.
Kersvers afgestudeerd als ‘nonneke’ en amper een jaar ouder dan mij, is Sor Conchita nog maar een drietal maanden in de Albergo. Maar jeugd en gebrek aan ervaring in de Albergo zijn voor haar zeker geen nadeel. Zo begeleidt zij de kleuters en kan met hen dollen als een kind, wat die jongetjes ongelooflijk fijn vinden. Bovendien mist ze met de ervaring ook de aartsgevaarlijke macht der gewoonte. Ze zit niet in de sleur die de andere zusters soms kenmerkt, maar heeft een pak fijne ideëen voor bijvoorbeeld een nieuwe aanpak van het rozenkransje – het 45-minuten durende avondgebed dat maar al te vaak vervalt in een monotoon gedreun. Ondanks haar jonge leeftijd is ze rotsvast overtuigd van haar roeping als zuster en kijkt haar religieuze leven met verbazend enthousiasme tegemoet.
Sor Conchita is altijd ongelooflijk vriendelijk voor mij, en bereid om me met vanalles en nog wat te helpen. Bovendien is het altijd fijn een leeftijsgenoot in de buurt te hebben, al verschil je dan nog wel ongelooflijk hard in achtergrond, interesses en opvattingen.
UPDATE ::: Mijn laatste zin uit het vorige stukje over Sor Conchita moet ik herzien: als je achtergrond, opvattingen en interesses zó ver uit elkaar liggen, maakt het eigenlijk niet meer uit dat je leeftijdsgenoten bent. Ik kom nog steeds goed overeen met Sor Conchita, maar we verschillen gewoonweg teveel om ‘vrienden’ te zijn. Ik vind haar religieus enthousiasme onbegrijpelijk; soms zit ze aan tafel de literaire spitsvondigheden van het evangelie volgens Lucas uiteen te doen! Zoals ze zeggen in de Kempen: “Der is een grens, en gij gaat erover”.
Als begeleidster van de kinderen van het tweede leerjaar, krijgt Sor Luz Maria geregeld af te rekenen met duchtige kwajongensstreken. Ze kan dan ook soms zó kwaad kijken, dat zelfs ik er bijna schrik van krijg. Maar ze geeft bijzonder veel om haar kindjes en die voelen dat ook wel. Sor Luz Maria behoort ook tot de jongere garde, en alhoewel haar conditie penibel is, geeft ze zich volledig in een spelletje basketbal. Daarenboven is ze uitgesproken filmfan, met een voorkeur voor de psychologische thrillers. Amores Perros vond ze wat te hard – wat je haar gezien haar christelijke achtergrond moeilijk kwalijk kan nemen –, maar verder weet ze nogal wat in de cinema te appreciëren.
Zo kwaad Sor Luz Maria soms kan kijken naar de kinderen, zo vriendelijk is ze tegen mij. Ze doet ook (soms iets té veel) moeite om traag en duidelijk gearticuleerd te spreken, en betrekt me ook regelmatig in een gesprek aan tafel. Bovendien krijgt zij de eer van het sterkste verhaal tot nog toe. Met haar vertellingen over de Mexicaanse drugsmaffia (zie Chiapas Discoveries Unlimited) deed ze me met open mond en ogen als schoteltjes, stokstijf van mijn stoel vallen. En daar komen brokken van!
UPDATE ::: De meest menselijke van alle zusters, en volgens de zeer gerespecteerde mening van mijn vader “een waar verlies voor het mannelijke geslacht”. Dat kan ik niet helemaal ontkennen, want Sor Luz Maria is een heel erg innemende vrouw. Haar lach is niet alleen bijzonder prettig om horen, maar ook oprecht. Ze kijkt over de muren van de Albergo heen, weet een pak te vertellen over de Mexicaanse geschiedenis, van soep bij de Azteken tot coke bij de Zapatisten. En ze neemt ook de moeite om me dat duidelijk te maken. Sor Luz Maria en Sor Anita zijn de enigen die me niet meer als buitenstaander lijken te beschouwen, de enigen die me ook wel eens aanspreken zonder daarom iets te melden te hebben. En dat is soms een verademing.
Sor Gabriela, Gaby voor de vrienden, is op Sor Conchita na de jongste hier én tevens de meest aantrekkelijke onder de zusters – al is dat dankzij de verhullende outfits bijzonder moeilijk vast te stellen. Samen met Sor Conchita is ze de drijvende kracht van het basketbalteam, en beschikt bovendien over een opmerkelijke zin voor humor. Net zoals Sor Luz, Sor Rosita en Sor Margarita is ze wel één van de hardliners wat betreft misstappen en straffen van de kinderen. Ze heeft de leiding over de jongens van het derde en vierde leerjaar, en daarvan ontbreken er regelmatig op mijn tornooien of lichamelijke opvoeding – gestraft. Van Sor Gaby kan je hoedanook verwachten dat ze weet hoe ze met deze kinderen moet omspringen. Ze studeert immers deeltijds iets wat lijkt op “tontologie”, een studie met sterk psychologische inslag die nagaat hoe je mensen het beste kan helpen bij de verwerking van het verlies van een naaste. En dat is hier van toepassing voor meer dan één kind.
Sor Gaby etaleert tegenover mij graag haar kennis van het Engels – die zich vooralsnog wel beperkt tot “thank you”, “goodnight” en “how do you do”. Verder zijn mijn contacten met haar nogal gering, dus veel kan ik daar voorlopig niet aan toevoegen… .
UPDATE ::: Sor Gaby blijft een verassend sportieve en steevast humoristische figuur, maar tegenover mij lijkt haar vriendelijkheid nog steeds het meest op die van een bankbediende tegenover eender welke klant. Aangezien we ook nog altijd niet zoveel contact hebben, is die omgang niet echt verdiept. Waar we niet echt warm noch koud van worden.
Met haar zeventig primavera’s is Sor Anita de ouderdomsdeken en dus “vicaria” van de zustergemeenschap. De begeleiding over een eigen groep kinderen heeft ze overgelaten aan haar jongere huisgenoten, maar ze heeft de handen vol met vanalles en nog wat. Voor haar leeftijd legt ze een buitengewone energie aan de dag als ze de jongens van school gaat halen, begeleidt bij hun huiswerk of helpt met kuisen van de speelplaats. En dat doet ze met zachte hand. Als Sor Rosita de leiding heeft van de “havikken” inzake begeleidingsstijl, dan trekt Sor Anita ongetwijfeld de kop van de “duiven”. Ze is ook zonder meer de gelovigste van de zusters, en laat het niet na af en toe te benadrukken hoe belangrijk het is voldoende te bidden en te bezinnen. Dat gezegd zijnde is ze, soms in tegenstelling tot haar leeftijdsgenoot Sor Carmen, allesbehalve wereldvreemd. Ze weet wat je waar in Tuxtla kan vinden, houdt van de zee en de bergen, en is twee jaar geleden nog op reis geweest naar Italië. Als Sor Rosita niet aanwezig is, neemt Sor Anita eenvoudig maar met gezag de boel in handen.
Sor Anita is mijn persoonlijke favoriet en voornaamste aanspreekpunt sedert het vertrek van Uthe. Ze leerde me omgaan met chloor, bleekpoeder en wasverzachter – niet te onderschatten, die prestatie. Belangrijker nog, is dat ze altijd klaarstaat om toelichting te geven bij de werking van de Albergo (vb. zie Voabulario). Én toen ik nog maar eens mijn sleutel binnen vergeten was en Sor Luz nog steeds van geen replica wilde weten, fluisterde Sor Anita me toe dat ik er tóch een moest laten maken, die zij dan wel voor Sor Luz zou verstoppen… .
UPDATE ::: Sor Anita blijft mijn nummer 1 en hoop in bange dagen. Ze bewaart ondertussen ook effectief en met een samenzweerderig plezier de dubbel van mijn kamersleutel. Maar er zijn belangrijker punten waarop haar mening verschilt van die van Sor Rosita, de offiële autoriteit. Net als ik heeft ze een hoop problemen met de manier waarop de directrice de boel hier leidt. En Sor Anita’s status als ‘mater familias’ doet haar mening ook zwaarder wegen als die van de anderen. Maar ze zwijgt. Tenminste tegenover Sor Rosita. “Als ik zou spreken, zou ik me verschrikkelijk kwaad maken”, vertrouwt ze me toe, “beter zwijgen en de pijn verbijten”. Wij twee komen allezins opperbest overeen – Sor Anita lijkt verassend hard op mijn bomma, en das een groot compliment.
Benito Avelar Orrozco heeft helemaal geen familie meer, maar één hele dikke vriend: “Wanter”
De vijfjarige Benito werd geboren in Honduras, waar zijn ouders hem vrijwel onmiddellijk achterlieten. Zijn broer Brian, die ook in de Albergo woont, zegt dat hun ouders omkwamen in een auto-ongeluk, maar niemand kan dat bevestigen. De twee werden overbracht naar het weeshuis van Tapachula, in het uiterste Zuiden van Mexico. Daar zaten echter enkel meisjes, zodat ze al snel werden doorgesluisd naar hun huidige woonst, de Albergo de los Niños. “Mij haalden ze vantussen het huisvuil”, antwoordt Benito steevast, gevraagd naar zijn afkomst. Hier maakt hij deel uit van de kleuters, het groepje van Sor Conchita – “To Conti” voor Benito. Het is een zonnig, energiek en heel intelligent kind.
Ik ga Benito Petito, zoals ik hem noem, bijna dagelijks van school halen. Op de terugwandeling zit hij vaak in mijn nek, wat hij ronduit fantastisch vindt. Voor een kleuter beschikt Benito trouwens over een opmerkelijk gevoel voor humor. Een goeie traditie: als we onder een struik doorlopen, plukt hij stiekem een paar blaadjes af, waarop hij vraagt: “Wanter, lust jij graag planten?”. Als ik mijn mond opendoe om te antwoorden, propt hij er vanop mijn nek onmiddellijk de blaadjes in en barst daarna uit in een aandoenelijk geschater
s’Avonds staat hij dikwijls plots voor mijn neus, om dan met een brede lach naar boven te kijken: “Knuffel?”. De omhelzing van zo’n jongetje zó echt en oprecht. Heerlijk.
Veronica is 22 jaar jong, studente psychologie en trotse bewoonster van de penthouse met het meest duizelingwekkende uitzicht in de hele Tuxtlteekse binnenstad. Ik leerde haar half november kennen als Armando’s bevallige therapeute op het Cientro de Desarollo. Dat was toen, want half februari legt ze er het bijltje bij neer, om aan de stadsunief haar thesis over autisme af te werken. Wat mentale miserie betreft is Veronica ervaringsdeskundige, afkomstig uit een familie waarin de moeder zich drie keer bedacht en dus elk kind een andere vader heeft. Maar ze staat nog steeds ontroerend positief en onbevangen in het leven, één en al oor voor de problemen en probleempjes van een ander.
Uitgaan met Gaby of Maria was ook fijn, maar geen van beide luistert echt – Maria niet omdat ze vooral haar eigen ding wil zeggen, Gaby niet omdat ze té zenuwachtig is bij de aanwezigheid van een blonde twintiger met blauwe ogen in een straal van 500 meter rondom zich. Ik heb altijd een zwak gehad voor vrouwen die emotionele intelligentie combineren met gezond verstand, en – guess what – Veronica ziet er bovendien nog goed uit ook
Armando is alvast niet de enige die haar zal missen.
Augusto is 16, rustig van karakter en verbazend volwassen. Zes jaar geleden stierf zijn mama aan kanker en besloot zijn papa z’n verdriet te verdrinken. Augusto werd aan zijn lot overgelaten en als prille tiener de Albergo binnengebracht. Hij liet er de moed niet in de schoenen zakken, maar maakte voor zichzelf uit dat hij beter zou doen dan zijn vader. Hij kon amper lezen en schrijven, maar leerde pijlsnel bij – vandaag de dag heeft hij op school nog amper één jaar achterstand op zijn leeftijdsgenoten. De puber die nooit ruimte heeft gehad om puber te zijn, heeft een pak meer verantwoordelijkheidszin dan veel twintigers die ik ken. Zo gaat hij elke voormiddag op een schooltje in de buurt enkele uren werken. Met het geld dat hij daarmee verdient, betaalt hij zijn schoolboeken, uniform en busritten. Augusto vertoont van alle kinderen hier ook veruit de meeste nieuwsgierigheid naar de buitenwereld. Hij wil alles weten over België en het leven daar, absorbeert met open mond elke seconde van mijn korte schets van de burgeroorlog in Irak of de opwarming van de aarde.
Als één jongen uit de Albergo het gaat maken, dan is het wel Augusto. Hij werkt zich uit de naad voor zijn studies – niet in het minst Engels, waarvoor hij steevast op mijn hulp kan rekenen. Hij wil criminologie gaan studeren aan unief, nog het liefst in het buitenland. “Zeg ’s Walter, studiebeurzen in België, hoe zit dat juist in elkaar?”. Augusto wil president van Mexico worden. En hij gelooft erin. Net als ik.






oktober 7, 2006 at 5:34 pm
[...] Compañeros de viaje [...]