Er mag dan nog meer haar op mijn Spaans staan dan op de rug van Barbara Dex, ik ben ongelooflijk blij dat ik er tenminste iets van ken. Werken hier is immers al lastig genoeg zónder onoverkomelijke taalbarrières. Én mijn Spaans wordt elke dag beter! Hier post ik regelmatig mijn pas verworven vocabulario, met de bijpassende uitleg natuurlijk
Je kan er niet naast kijken in de stad: de kakigroene letters EJERCITO. Het leger heeft zijn hoofdkwartier dan ook midden in het centrum. En die kazerne lijkt bijzonder paraat; er marcheren voortdurend zwaarbewapende en gehelmde soldaten rond. Het leger is trouwens ook op andere vlakken aanwezig: ze hebben een eigen bank en runnen zelfs een schooltje, waar enkele van onze kinderen heengaan. En er zijn nog meer ordebewakers in de Chiapaneekse hoofdstad. Het wemelt niet alleen van de federale en gemeentelijke politie in hun Dodge Rams, het straatbeeld wordt ook gemerkt door de vele privé-bewakingsagenten met riotguns. Hun hoofdkwartieren geven met de metersdikke muren, gepantserde poorten en geëlektrifieerde prikkeldraad niet echt een behaaglijk gevoel. Blijkbaar hebben bepaalde mensen echt wel schrik dat zo’n wapendepot in handen zou vallen van bepaalde andere mensen. Dat alles weerhoudt de man in de straat er nog niet van in zijn voortuin steevast plek te ruimen voor een rotweiler met ADHD en een grijsaard met fluitje, die zich laten horen bij het minste vermoeden van onraad. En beide hebben doorgaans weinig gevoel voor humor.
Al die maatregelen hebben natuurlijk een reden. Tuxtla is de hoofstad van Chiapas; Mexico’s meest onrustige regio, vroeger onafhankelijk geweest en nooit helemaal Mexicaans geworden. De indianen zijn er altijd voor hun rechten blijven vechten, meest recentelijk in de vorm van de zapatistische beweging. Die nam in 1994 nog in een coup onder leiding van de mystieke Subcommandante Marcos het bestuur van de deelstaat over. Het duurde dagen voor het Mexicaans leger de opstand kon neerslaan, met meer dan 150 doden tot gevolg. Sommige bergdorpen zijn nog steeds in handen van de zapatisten. Daarnaast (en deels gelinkt volgens Sor Luz Maria – zie Chiapas Discoveries Unlimited) is er ook de almacht van de lokale drugskartels, die de misdaad hier organiseren. Vandaar dus de angst, én het machtsvertoon. De overheid doet schijnbaar alles om het geweld te bannen en de vreemde eend in de bijt te integreren – de slagzin van de deelstaat luidt “Chiapas, Uno con Todos” –, en ook de inwoners lijken het idee van een apart Chiapas te laten varen. “Omdat we geen populistische staat willen zoals in Cuba”, zegt chauffeur Ivan. Maar het blijft rommelen onder de arme indigenas, en wat er gebeurt als de overheid hun belangen uit het oog verliest, weten ze in Oaxaca ondertussen wel… . Ach, ik voel me ergens wel aangetrokken tot dat hitsige sfeertje – ik heb niet voor niks twee NSV-betogingen en de Parijse rellen overleeft
“Estado”/”prestado” – Staat / lening
Sor Anita was al een dikke tien minuten bezig mij wegwijs te maken in de financiën van de Albergo, toen ik doorkreeg dat ze het met “Estado” en “prestado” over twee verschillende dingen had – en het verschil is niet onbelangrijk. De Staat (Estado) sponsort hier slechts met mondjesmaat en van de Kerk krijgen de zusters voor hun goede werken zowaar
noppes. De Albergo overleeft dus op vrijgevigheid, en die kan vele vormen aannemen: pr-bewuste bedrijven uit de regio, die hier arriveren met grote zakken brood, rijst, bonen en een halve cameraploeg; de plaatselijke schouwburg of bioskoop, die een lot kaartjes opsturen voor hun nieuwe voorstelling; of nobele onbekenden die hier s’avonds rond een uur of negen zonder enige waarschuwing vier pizza’s en een chocoladetaart voor de poort afzetten
Hoe welkom ook, volstaan voor de dagelijkse werking doen zo’n giften natuurlijk niet. Hier komt de “prestado” op de proppen; torenhoge leningen bij lokale banken. Sor Luz, penningmeesteres van het huis, steekt dan ook tot over de oren in de schulden – in eigen naam! Je hoeft echter geen economie gestudeerd te hebben om te weten dat een gezonde bank zo’n risico’s niet blijft nemen en de kraan dus wel eens zal dichtdraaien… .
Geen wonder dat er bijvoorbeeld geen geld is voor Ramiro. Het ene been van deze 11-jarige jongen is een eindje korter dan het andere, met als gevolg dat hij mankt en geen enkele sport kan meedoen. Het is vaak pijnlijk hem diep bedroefd langs de kant van het voetbalveld te zien zitten. Hij zou er geld voor geven om te kunnen meedoen – maar dat heeft hij dus niet, en de zusters evenmin. En de operatie die alles zou kunnen rechttrekken, kost een klein fortuin aan Mexicaanse pesos. Ik denk er serieus over na om met een deel van het sponsorgeld bij te springen.
“Quieres regalarme tus ojos?” – Krijg ik je ogen als kadootje?
Een aanrader voor de Don Juans onder mijn lezerspubliek – met deze versiertruc gegarandeerd succes. Hij komt uit de onverschrokken mond van een 14-jarig meisje uit het schooltje van Sor Alejandra, maar zou al even goed van één van haar tientallen
vriendinnen kunnen komen. Het lijkt wel alsof de Mexicaanse meisjes nog nooit een jongen met blauwe ogen en blond haar gezien hebben! Toegegeven, een week in Mexico en duizenden gezichten op straat later, heb ik nog steeds niet meer dan een handvol blanken gezien. Al na twee dagen Mexico City heb ik dus mijn eigen menigte vrouwelijke groupies én ben ik al twee keer geïnterviewd op straat. Geloof het of niet – hun lerares heeft foto’s van me genomen om op school te verkopen ten voordele van de missies :) Ik heb wijselijk besloten mijn ogen voor mezelf te houden en me richting Zuiden te reppen…
De hetze rond de twijfelachtige verkiezingsuitslagen van begin juli is hier duidelijk nog niet gaan liggen. Sor Alejandra’s vrolijke blik betrekt als ze erover praat. Felipe Calderon, de kandidaat van Rechts, mag dan bevestigd zijn als president door het
Hooggerechtshof, de graffiti langs de wegen spreekt andere taal. “Lopez Obrador” siert in kleurrijke letters de vele aftakelende muren, ook in het centrum van Mexico City. Obrador, de sterke man van links én juan met de pet, heeft zijn nederlaag trouwens nog steeds niet toegegeven. Het conflict stelt zich het scherpst in Oaxaca, waar het zelfs dreigt gewelddadig te worden, en… Chiapas, jawel! Niet toevallig zijn dat ook de armste staten van Mexico, met de grootste bevolking van indigenas (indianen) en dus potentieel voor oproer. Ik hoor dat in het vaderland de opmars van het Belang in Antwerpen gestopt is? Muy bien, misschien neem ik in mei wel een mexicaantje mee om Dolf Annemans en de zijnen te pesten
De grootste paradox uit mijn korte tijd in het land van de Azteken: het bestaat niet, maar ze hebben er wel een woord voor :) De straat is in Mexico voor degene die ze opeist, de grootste durfal dus, of die met de zwaarste auto (ze rijden hier trouwens écht
met de vette pickup-trucks van de Mexicaanse kartels uit GTA 3 :d). Ik vroeg laatst aan Ivan, de nauwelijks 18-jarige chauffeur van het tehuis, hoe het hier in Mexico met de voorrang zat. De jongeman keek met twintig seconden strak aan, alvorens zijn frons in een gegeneerde glimlach veranderde: “ni idea”. Geen wonder dat de Mexicaanse straten Zuid-Italië en zelfs Caïro in ambiance overtreffen. Maar het totale gebrek aan verkeersregels wordt al gerelativeerd door de staat van het wegdek. Op een wegennet dat net getroffen lijkt door een kleine meteorietregen kan je immers sowieso niet veel harder dan 50 per uur. Hoe ik zo goed op de hoogte ben van de toestand van het straatoppervlak? Aha – er zit een gat in de vloer van de schoolbus waardoor je de kasseien van op de eerste rij kan zien voorbij denderen. Santé.
Dat woord hoor je overal waar je langs komt, en dan voornamelijk uit de mond van mensen die denken dat je géén Spaans spreekt. Verkeerd gedacht dan toch wel :d Ik weet ondertussen maar al te goed dat “guerro” staat voor “blanke”. Je wordt snel als “blanke” getypeerd, omdat het hier nu eenmaal een opvallende eigenschap is. Alle kinderen in de Albergo hebben een bijnaam, maar die van de meest licht gekleurden (Armando Garcia, Eduardo “Eddie” Gomez en Israël) is steevast “Guerro”. Van de verafgoding die mijn blond haar en blauwe ogen te beurt vallen bij de passage langs prepa en universiteit, heb ik al eerder melding gemaakt
Maar achter een eenvoudige uiterlijke benaming, gaat een ongelooflijk belangrijk thema schuil. In nogal wat stukken van de wereld zijn etnische lijnen vrij makkelijk te trekken. In België bijvoorbeeld, is zo’n 90% helemaal blank, en zijn er kleinere groepen uit vooral Noord- en Zwart-Afrika. Latijns-Amerika verschilt van andere continenten in de zin dat het in de loop der tijden een ondoorgrondelijke smeltpot is geworden van Indiaanse bewoners, Spaanse kolonisatoren, Afrikaanse geïmporteerde slaven en avonturiers uit alle winstreken. Tussen de verschillende groepen is geen lijn meer te trekken. Mexico is, zoals zovele landen hier, dan ook vooral een “pigmentocratie” , eerder dan een democratie of aristocratie. Dat is een veel te moeilijk woord, om iets heel eenvoudig te zeggen: hoe blanker hoe groter de status. En dat zíe je. Als ik s’zondags naar de kerk ga, dan zitten daar in verhouding veel te veel hispaniolen (de lichtstgekleurden). Het zelfde geldt voor
een bezoekje aan het winkelcentrum van Chrystal Palace, de schooltjes in het centrum, het stadstheater of de bootjes van de Cañon de Sumidero. De meest blanke Mexicaanse kop die ik tot dusver al gezien heb, blijft die van Felipe Calderon – de verkozen president, die vandaag de eed aflegt – op een gigantische affiche langs de Avenida Central. “Indigenas hebben nu eenmaal niks te zeggen in het bestuur van ons land”, zegt Ivan, zelf langs de donkere kant. “Dat is altijd zo geweest en zal ook wel zo blijven, denk ik.” De enige plek die ik ken waar indigenas écht in de meerderheid zijn, is onze bloedeigen Albergo.